Remonstrantse 'vieringen'

In Trouw van 13 juni stond een stukje, dat een zeer actieve remonstrant in de Rotterdamse gemeente deed denken aan wat er gebeurt op zondagmorgen, bij de YouTube-vieringen van het kerkgenootschap. Is vernieuwing als doel op zich wel altijd wenselijk? 

 

Afgelopen zondag trok Lucie Horsch, de kersverse winnaar van de Nederlandse Muziekprijs fel van leer tegen de minister. Kunstenaars verloochenen hun creatieve persoonlijkheid en hun authenticiteit als zij steeds maar bezig moeten zijn met hippe termen als diversiteit en vernieuwing. Als dat een doel op zich wordt, krijgen we een heel eenzijdig cultureel leven, was ongeveer haar boodschap.

 

Sinds 15 maart (tot en met 28 juni) organiseert de Remonstrantse Broederschap landelijk uitzendingen via haar eigen YouTube-kanaal. De gewone diensten in de gemeenten konden door de Corona-crisis niet meer doorgaan, er werd een landelijk alternatief aangeboden. Zo zouden de Remonstranten toch nog hun zondagmorgen hebben. En wellicht kon er ook nog mee naar buiten worden getreden. Gezocht werd naar een verscheidenheid aan voorgangers en gemeenten. Vele verschillende vormen passeerden de revue.  In een aantal blogjes op de website van de Remonstrantse Gemeente in Rotterdam heb ik gedurende een aantal weken deze diensten, maar ook de diensten of uitzendingen die daarop leken in remonstrantse kringen besproken. Zie hiervoor dit blogje, maar ook de andere berichten die u op dezelfde website kunt vinden. Toch riepen de diensten niet alleen enthousiasme op. Voor de een waren ze te behoudend, voor de ander te vernieuwend. Een open vraag is of dit een invloed heeft op de kijkcijfers, de views zoals YouTube die laat zien.

 

Kijkcijfers

De uitzendingen zijn van kwalitatief hoog niveau. Vanaf het eerste moment zijn er professionals ingehuurd door het landelijke kerkgenootschap om te zorgen dat het er niet al te amateuristisch uit zou zien. De predikanten zijn niet getraind hiervoor, maar laten toch mooie, originele filmpjes opnemen. Terwijl de eerste uitzendingen tussen de 4K en 5K views hadden, lijkt het nu teruggezakt te zijn naar de 2K-3K met een enkele uitschieter eerst naar boven, nu naar beneden. Het kan natuurlijk zijn dat het nieuwtje eraf is, het kan zijn, dat er veel meer concurrentie is. Het kan natuurlijk ook dat het aanbod zo verscheiden is - dat zou mijn eerste gedachte zijn - dat mensen niet meer weten wat ze kunnen verwachten en dat er zo voor beide kanten, behoudend en vernieuwend, te veel negatieve verrassingen op de loer liggen, zodat mensen aan beide kanten afhaken. Opvallend is wel, dat er nu steeds steviger communicatieve moeite gedaan moet worden om de getallen op een redelijk niveau te houden.

 

Waar kijken we naar?

Interessant hierbij is de manier waarop deze uitzendingen worden aangekondigd. De website van de Remonstrantse Broederschap, samen met Facebook en Twitter, spreekt van remonstrantse (youtube)diensten of vieringen. Over het niet-remonstrantse woord ‘viering’ zal ik hier verder niet vallen. Nog onder de seminariumhoogleraar Elze Jan Kuiper (1929-2006) werd dit woord zeer ontmoedigd. Wat valt er te vieren in een protestants kerkelijke bijeenkomst? Toch niet de presentia realis van God? Hij gebruikte het woord eredienst of kerkdienst. Een dienst van gelovigen aan elkaar en hopelijk aan God. Geen viering! Maar dat terzijde. 

In de communicatie wordt gebruikt gemaakt van het woord dienst of viering dat in kerkelijke zin toch vooral iets liturgisch lijkt aan te duiden. Opvallend is dat sommige uitzendingen (hiervoor gebruik ik dus, de lezer zal het al opgevallen zijn, deze neutralere term) amper bij deze vormen passen. Er is gewoon bijna geen liturgie, laat staan herkenbaar remonstrantse. Het enige is de muziek die prachtig is, maar vaak niet toegankelijk, niet duidelijk (geen ondertiteling) en daarmee niet altijd tot zijn recht komt. 

Vandaag, 14 juni, staat een gesprek met een kapster centraal, vorige week, 7 juni, een interview met een verpleegkundige. Ook in het overige van de uitzendingen ontbreken elementen die in remonstrantse orde van diensten altijd terugkomen: 

 

  • in een kerkgebouw
  • toewijding aan God (votum)
  • Antwoordlied
  • Bijbellezing
  • preek
  • gebed (in het bijzonder Onze Vader)
  • zegen

 

Wellicht kun je zeggen, dat het niet alleen een bepaalde vorm is, die ontbreekt, maar ook een bepaalde sfeer:

 

  • eerbied (lofprijzing)
  • aanbidding (spreken met/tot God in plaats van spreken over God)
  • inkeer (bewust stil worden, tegenover God)

 

Hoe boeiend de uitzendingen ook zijn, er is een groep die er geen kerkdienst in herkent, terwijl ze dat wel zoeken op zondagmorgen. Om de eerder genoemde remonstrantse vrijwilliger te citeren:

 

‘Nou wij proberen vandaag ons geestelijk voedsel wel elders te vinden. We gaan wandelen….’

 

Kunnen we niet kiezen?

Wat mij opvalt, is dat terwijl de uitzendingen een vervanging zijn voor de zondagse diensten, er toch heel nadrukkelijk de wens bij de organisatie is om ze volledig anders te laten zijn. Mijn zorg daarbij is dat ze zo anders worden, dat ze de mensen voor wie ze oorspronkelijk bedoeld waren niet meer bereiken. Wie gewend is op zondagmorgen zich voor te bereiden op een kerkdienst is niet automatisch dezelfde die geïnteresseerd is in een interview of een documentaire. Natuurlijk zijn beide vormen heel goed mogelijk en ook van hoog kwalitatief niveau. Ik klaag inhoudelijk niet over de bijdragen van bijvoorbeeld Junte en Coenradie, ze zijn erg goed, maar het zijn geen remonstrantse diensten of vieringen. Wat betekent het, dat je als kerkgenootschap je leden en vrienden op zondagmorgen niet aanbiedt wat zij zouden mogen verwachten?

Interessant is natuurlijk de vraag waarom deze uitzendingen zo gemaakt worden. Daar zitten ongetwijfeld al dan niet openlijk uitgesproken gedachten achter. Is het omdat men kerkdiensten (zelf?) te ouderwets vindt en men bang is daarmee nieuwe mensen af te stoten? Is het, omdat men hoopt dat er veel nieuwe mensen afkomen op nieuwe vormen? Gelooft men er nog in?

Mijn grootste zorg hierbij is dat men wel de oude klanten van zich vervreemdt, maar tegelijkertijd niet nieuwe mensen werft. Dit natuurlijk alleen al, doordat er geen echte communicatiestrategie herkenbaar is in het bereiken van nieuwe mensen (wel van de oude mensen, die misschien iets anders vinden). 

 

Wat dan wel?

Moet alles altijd bij het oude blijven? Helemaal niet. ik zou voor ons kerkgenootschap een dubbele benadering willen voorstellen. Bied voor de mensen die het willen kerkdiensten aan, die juist niet een heel andere sfeer en vorm hebben. Wat natuurlijk niet wil zeggen, dat onlinediensten niet wezenlijk anders zijn dan diensten die je in de kerk meemaakt. Een voorbeeld. In Rotterdam is onze communicatie erop gericht om te laten zien waar we voor staan: een vrijzinnige kerk. We maken reclame met posters die de kerk en een Bijbeltekst tonen. In deze tijden van Corona maken we dagelijks filmpjes die een (klassiek) kerklied laten horen met een moderne toelichting. We schamen niet voor wat we zijn, we laten het openlijk zien, maar leggen daarbij ook onze eigen moderne accenten. Wie Vernieuwing met hoofdletter belangrijk vindt, moet op die manier andere dingen aanbieden, die gerust een heel andere doelgroep op het oog hebben. Daar is niets op tegen!  

 

Wees duidelijk

Maar wees in elk geval open in wat je kunt verwachten en laat het allebei naast elkaar bloeien. Op termijn zie je dan vanzelf wel wat voor wie het beste werkt. Dat is tenslotte de laatste uitdaging: onderzoek wat er gebeurt. Kijk waar welke mensen voor komen, wanneer ze afhaken en of ze ooit weer terugkomen. Voor theologen is het misschien een gek motto, maar toch geldt ook hier: meten is weten. Of vromer als je Gamaliël wilt volgen die een vrome variant aanhing van het moderne motto: wat werkt is waar. Hij bestreed mede orthodoxe Joden die het nieuwe christendom maar al te  ketters vonden en wilden bestrijden.

 

[...] houd u afzijdig van deze mensen en laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou wel eens kunnen blijken dat u tegen God strijdt.’  (Hand 5: 38-39)



Tjaard Barnard

14 juni 2020



Het zou zomaar zo kunnen zijn, dat u hier iets van vindt. Schroom niet mij te mailen. Ik ben benieuwd: tjaardbarnard@hotmail.com

 

 

 

 

Oecumene in tijden van Corona

Het lijkt de hele week al zondag te zijn. Wat een rust. En dan niet zomaar een zondag, maar een zondag als vroeger. Niet dat ik uit een gereformeerd Maarten ’t Hart-achtig nest kom. Helemaal niet. Maar vroeger was er gewoonweg niet zoveel te doen. De winkels waren nog niet open en de zondagen waren dagen om je gewoonweg een beetje te vervelen. Als je mazzel had, ging je op bezoek bij familie.

 

Tegenwoordig wordt de zondagsrust aangemoedigd door de overheid die een berichtje met NL-alert rondstuurt waarin eigenlijk staat dat je gewoonweg binnen moet blijven. De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb verkondigt hetzelfde geluid: niet naar het strand bij Hoek van Holland of Nesselande. Hij houdt het allemaal netjes in de eigen gemeente. Aboutaleb lijkt het filmpje zelf gemaakt te hebben, als bij een selfie houdt zijn hand zijn telefoon vast. Wat dan wel? Misschien gewoon de zondag eens gebruiken waar die voor bedoeld is: de kerkdienst. Voor mezelf is het gek. Er zijn eigenlijk geen zondagen in de loop van het jaar waarop ik niet hoef te preken én thuis zit. Vrije zondagen heb ik vooral in de vakantie.

 

Vanmorgen ben ik lang in mijn bed blijven liggen en heb een verscheidenheid aan kerkdiensten of vieringen zoals anderen zeggen, voorbij zien komen. Al blijf ik het met mijn leermeester Elze Jan Kuiper lastig vinden om te bedenken wat er precies gevierd wordt.

Ik begon met de verfrissende viering van mijn vernieuwingscollega Rachelle van Andel in Eindhoven die door de Remonstrantse Broederschap aangeboden wordt. Ze sprak goede woorden over verbondenheid. Ze las en liet zingen (in een voor mij onbegrijpelijke taal) uit Psalm 23. Het was hip en goed, maar niet helemaal mijn stijl. Van de weeromstuit kwam ik daarna terecht in de Nieuwe Kerk in Delft waar collega en dispuutsgenoot Arnold Vroomans met de zijn geheel eigen stijl: stevig, zwaar in de leer, nadrukkelijk aanwezig, maar vrolijk en pastoraal) het Woord verkondigde en de organist met dito orgelspel ons wegblies, toen het volle werk klonk. Prachtig.

Even daarna vertrok ik naar Amersfoort waar ik het slot van de dienst mee kon maken van onze Oud-Katholieke broeders en zusters. Samen met één zuster zongen de beide bisschoppen Dick Schoon (van Haarlem) en Bernd Wallet (elect van Utrecht) een fraai lied.
Doopsgezind collega Essemie van Dunné pakte ik nog even mee in een klein kerkje ten noorden van Amsterdam. Ik zapte een beetje door de dienst heen en bleef even haken toen zij de zegen uitsprak.

Wat zijn we toch gezegend met deze moderne tijd waarin ieder op eigen wijze via het internet de grote daden Gods kan verkondigen en wij het kunnen proberen te begrijpen.


Eigenlijk is het nu al Pinksteren.

 

Om dat gevoel nog even vast te houden, luister naar dit mooie pinksterlied!

 

 

Tjaard Barnard

22 maart 2020

 

400 jaar vrijheid in theologisch denken

 

 

Sinds Tom Mikkers in 2008 algemeen secretaris werd van de Remonstrantse Broederschap is een langgekoesterde wens in vervulling gegaan: het lukt Remonstranten meer en meer om in de pers aandacht te krijgen. Lange tijd gebeurde er niets, totdat mensen stukken gingen schrijven die opvielen en er activiteiten waren waar journalisten belangstelling voor kregen. Ook Joost Röselaers weet met tal van bijdragen prijzenswaardig vaak in beeld te komen.
Minder gezellig wordt het echter wanneer de media niet alleen doorgeefluik willen zijn voor onze goede boodschap, maar soms ook aandacht hebben voor iets wat als ‘vuile was’ beleefd kan worden binnen ons kerkgenootschap. Dan worden zelfs open Remonstranten zenuwachtig. De afgelopen weken gebeurde dat twee keer.
De journalisten van het dagblad Trouw bleken zomaar de nieuwsbrief van de Haagse gemeente of haar website in beeld te hebben. De Haagse kerkenraad heeft samen met de Rotterdamse een brief geschreven aan het landelijk bestuur, de Commissie tot de Zaken. Gaat het wel goed met de predikantenopleiding? Is de aandacht voor de theologie van de kwetsbaarheid niet te eenzijdig? En hoe verhoudt die zich eigenlijk tot de Beginselverklaring, die een hechte band met het Evangelie van Jezus Christus veronderstelt? Ook stellen de schrijvers dat de aandacht voor theologische vorming, voor zover die er in de opleiding is, - verregaand – onvoldoende zou zijn. De Haagse gemeente organiseert een vergadering van leden en vrienden. De kerkenraad wil graag de leden en vrienden informeren en hun opvattingen vernemen. Al na een dag was de aankondiging van de website verdwenen. Toch had Trouw het al gezien.

Zie hier het artikel in Topics.

 

Een week later blijkt de bladenredacteur Stijn Fens ook al AdRem te lezen. Voor de tweede maand achter elkaar is het aanleiding om de inhoud van dit blad te bespreken. U begrijpt: de redactie van AdRem is hier uitermate content mee. Graag maken we een blad dat relevant wordt geacht. En we schromen niet om aan de orde te stellen, wat er leeft aan discussies binnen ons kerkgenootschap.
Nu bespreekt Trouw een interview met Harry Brandsma. De redactie heeft deze markante predikant geïnterviewd omdat hij wegens ziekte moest stoppen met zijn werk als gevangenispredikant. Wij kennen hem als een origineel denker die creatieve gedachten heeft en niet schroomt om te zeggen wat naar zijn mening gezegd moet worden. Zo geeft hij zijn opvatting weer over hoe je leed en pijn doorleefd een plek kunt geven in de theologie. Pas als je de beker van de pijn echt leeg drinkt, kun je verder komen, theologie bedrijven die werkelijk hout snijdt.
Ook over de festiviteiten bij het 400 jarig bestaan van de Remonstranten geeft hij zonder schroom zijn mening: we moeten geen reclame maken, maar ons opheffen. Onze rol is uitgespeeld. We hebben behoefte aan stervensbegeleiding! Voor het hele artikel, zie in Topics.

 

 

Toen deze beschouwingen Trouw haalden en daarmee ook de social media waren sommige Remonstranten not amused. Vooral de gedachte dat de tijd van de Remonstranten voorbij zou zijn, riep veel ergernis op. Wat een slechte timing! Wat onaardig tegenover de collega’s die zo hun best doen om een mooi feestje te organiseren! Was deze dominee nu wel echt Remonstrant, vroeg iemand zich zelfs af. Mij verbaasden deze reacties om twee redenen. Allereerst betoont Harry zich een echte Remonstrant juist door de vraag naar het bestaansrecht van het kerkgenootschap te stellen. Dit gebeurde bij veel jubilea van het kerkgenootschap.

 

Ideeën over einde van de Broederschap door de eeuwen heen

In 1834 sprak de seminariumhoogleraar Abraham des Amorie van der Hoeven (1798-1855), bij het 200 jarig bestaan van de predikantenopleiding, uit dat hij hoopte dat er geen derde eeuwfeest zou hoeven aan te breken. Remonstranten hoorden thuis in de grote protestantse kerk. Hun zelfstandig voortbestaan was een noodoplossing. De Rotterdamse predikant Hendrik Nicolaas van Teutem (1802-1889) was ook kritisch in 1869, toen het kerkgenootschap 250 jaar bestond. Bij alle feestelijkheden typeerde hij het jubileum als de verjaardag van een bejaarde moeder. Haar eerbiedwaardig verleden kon worden gevierd. Er zou geen grote toekomst zijn om in te roemen. Ook in 1919 was er bij het volgende feestje ruimte voor de vraag of het kerkgenootschap nog wel bestaansrecht had.

 

 

Kortom: Harry betoont zich een oer-remonstrant die precies de juiste vraag weet te stellen!

Een spa dieper zou ik ook de vraag willen stellen, of wat hij doet niet al 400 jaar tot het wezen van het kerkgenootschap behoort: namelijk het bedrijven van open theologie die lastige vragen niet uit de weg gaat?

 

Omstreden remonstrantse theologen door de eeuwen heen

Jacobus Arminius (1560?-1609) durfde het aan om ongemakkelijke vragen te stellen bij de leer (van de predestinatie) en maakte zich daar niet populair mee. Ging het remonstrantisme niet juist om de openheid voor lastige vragen die toch gesteld moesten worden? Verscheiden remonstrantse theologen waren voorlopers in de bijbelkritiek en daarmee niet altijd populair. Paulus van Hemert (1756-1825), hoogleraar van het Seminarium rond de 18-19de eeuwwisseling introduceerde in Nederland de filosofie van Kant. Zijn verre opvolger Cornelis Petrus Tiele (1830-1902) was de eerste hoogleraar vergelijkende godsdienstwetenschappen in Nederland en vroeg ruimte voor een bredere kijk op het geloof dan alleen het christendom. Zijn voorganger Joannes Tideman (1807-1893) vroeg zich af of hij het christendom verlaten had. In onze huidige tijd stelt de seminariumhoogleraar Christa Anbeek (1961) vragen die ook niet altijd direct tot instemming leiden.


Zou het niet het meest recht doen aan 400 jaar geloven in vrijheid wanneer we ons werkelijk openstellen voor het gelovige en theologische gesprek? En is het niet altijd de rol geweest van remonstrantse theologen om de was juist buiten te hangen, omdat pas dan kan blijken of de was schoon of vuil is? Ware vrijheid is toch alles ter discussie durven stellen: onderzoek alle dingen en behoud het goede (1 Thes. 5: 21).

 

Tenslotte: vind ik het zelf niet vervelend, terwijl ik druk bezig ben met de voorbereiding van de grote dankdienst in Rotterdam op 3 maart (u komt toch ook?) dat iemand zegt, dat we de Broederschap maar eens moeten opheffen? Welnee, het is een reële vraag! Heeft de Broederschap nog een taak in de wereld, nu er in bijvoorbeeld de Protestantse Kerk al zoveel ruimte wordt gevonden voor vrijzinnige opvattingen? Want laten we eerlijk zijn, er is meer vrijzinnigheid buiten ons kerkgenootschap dan daarbinnen. Wat is het, dat maakt dat wij zouden moeten voortbestaan? Velen zullen wijzen op het woord vrijheid in het thema van ons jaar: 400 jaar geloven in vrijheid. Mij zou het meer gaan om het woord geloven. Zo stem ik zelf graag in met het antwoord dat mijn goede voorganger Herman IJsbrand Groenewegen (1862-1930) in 1919 gaf op de vraag hoe Remonstranten zinnig zouden kunnen voorbestaan:

 

Trachten wij liever door een diep-religieuze, hoog-ernstige, levenswarme prediking een echte gemeente te vormen, zij het slechts een kleinen kring van waarachtige vromen, wien God waarlijk een licht en een kracht is, en die samen bij het kruis den weg tot den Vader hebben gevonden. […] En als gij uwe deuren dan flink wijd openzet, zullen de zoekenden ook bij u wel binnengaan en voor hoofd en hart iets vinden’.

 

 

Maar laten we daar vooral over in gesprek gaan – het liefst in het openbaar – want dat is waar we al 400 jaar voor staan!

 

 

Tjaard Barnard
Remonstrants predikant te Rotterdam
Hoofdredacteur van AdRem

 

 

18 februari 2019

 

 

 

 

 

 

 

 


Nashville: een sjibboleth van orthodoxie én vrijzinnigheid

Johannes 8: 7

 

 

Facebook barst uit zijn voegen. De ouderwetse media berichten er uitgebreid over. In alle opzichten oud nieuws weet toch iedereen in beweging te zetten. Een document uit 2017, van zeer orthodoxe Amerikaanse christenen, die op zich niets nieuws vertellen, maar zich afzetten tegen een samenleving en kerk die zich steeds genuanceerder over genderkwesties uitspreken, wordt in het Nederlands vertaald. Ook hier gebeurt dat als een reactie op een ook hier opkomende nuancering van standpunten. Tweehonderdvijftig predikanten, met de allerzwartste kousen aan, roepen wat iedereen al had kunnen weten. Ze zijn tegen elke genderonzekerheid en homoseksualiteit is uit de Boze. Allemaal eigenlijk niets nieuws. En laten we eerlijk zijn: wie zijn Bijbel leest, wie de traditie van de Islam kent, kan niet verrast zijn.

 

Toch valt iedereen over hen heen. De schok is groot. Er wordt gevraagd om een strafrechtelijk onderzoek. De wereld is te klein. Om het hardst roept ieder dat er nu wat moet gebeuren: er moet een tegenverklaring komen, er moeten vlaggen opgehangen worden. We moeten met z’n allen een bepaald lied gaan zingen in de kerk.

 

Grappig is dat je aan beide kanten van het spectrum eigenlijk hetzelfde ziet gebeuren. Orthodoxen zoeken eenheid rond hun waarheid en willen dat met een verklaring aan de hele wereld vertellen. Vrijzinnigen hebben ook hun waarheid en willen die op dezelfde manier met de hele wereld delen. Iedereen is volkomen overtuigd van zijn eigen gelijk. Een gesprek is niet mogelijk. Dat dit aan orthodoxe kant gebeurt, is duidelijk. De kerkscheuringen zijn daar vanouds her niet van de lucht. Maar dat dezelfde beweging aan de vrijzinnige kant wordt gemaakt, mag op zijn minst opvallend heten. Dezelfde druk die orthodoxen op elkaar leggen om te tekenen, leggen vrijzinnigen op elkaar: jij bent toch ook tegen? Jij hangt toch ook een vlag uit? Heb jij wel een goed pastoraal gevoel in je donder, als je je afvraagt of dit wel de beste reactie is. Neem je het wel serieus? Nee, ook aan vrijzinnige kant weten we het net zo zeker als bij de orthodoxe broeders. Dit is de Waarheid! Maar bij die waarheid vallen natuurlijk wel wat pijnlijke vragen te stellen.

 

Doen we eigenlijk wel recht aan wat er aan orthodoxe kant wordt geroepen? Hoe je het wendt of keert, er zijn daar dingen in ontwikkeling. Het maken van deze verklaring, het ondersteunen van de verklaring in Nederland, het laat zien dat men zich zorgen maakt. En juist die zorgen zouden ons blij kunnen maken.

Hoeveel ruimte laten wij voor standpunten die ons onwelgevallig zijn? Natuurlijk: het is allemaal heel ongemakkelijk als we lezen over de zondigheid van homoseksualiteit. Maar waarom zou iemand, die vindt dat hij zo de bijbel leest, dat niet mogen lezen? Zijn de gedachten niet meer vrij? Natuurlijk: wie van woorden daden maakt en tot strafbare daden overgaat, die moet je als overheid vervolgen. Maar potenrammen is geen zondagmiddagactiviteit van zwartekousen dominees. Ze doen het niet en ze roepen er niemand toe op. Kortom: als je alleen maar verdraagzaam wilt zijn tegenover de mensen die hetzelfde vinden als jij, maak je het jezelf wel makkelijk. Hopelijk vinden anderen – in de meerderheid – hetzelfde als wij, anders hebben wij ook niet veel aan de verdraagzaamheid van anderen bij onze eigenaardigheden.

 

Is de pijn die homo’s lijden aan de uitspraken van Nashville te voorkomen of te verminderen door te roepen dat die mensen gek zijn? Op het eerste gezicht misschien wel. Maar eigenlijk is het niet meer dan een pleister op de wond. Het enige wat we kunnen doen, is keer op keer uitleggen wat wij vinden. Maar dan moeten we er ook naar handelen.

 

Eerlijk vraag: handelen wij er wel naar? Zijn wij zo open als we zelf denken? Wie met een eerlijke blik naar de geschiedenis kijkt, beseft dat zo we nu al zo open zijn, dat toch echt iets van de laatste tijd is. Ongeveer dertig jaar geleden besloot mijn kerkgenootschap, de Remonstrantse Broederschap het homohuwelijk in te zegenen. Daar kunnen we heel trots op zijn. Maar wat is dat eigenlijk, bij een club die al 400 jaar bestaat? Zou het zo zijn, dat Remonstranten niet discrimineren, ook niet nog een tweede keer kijken, wanneer er een vogel van wat vreemde pluimage voorbij loopt? Ik ben niet zo optimistisch. Voor wellicht een dun vernislaagje hoef je je niet op de borst te kloppen.

 

Het is gemakkelijk om Nashville als het grote kwaad te bestempelen. Maar zit Nashville niet ook in onszelf? Een paar voorbeelden. Is de theologie van de Romana – ondanks alle pastorale toonzetting van de Paus – in wezen niet hetzelfde? Geldt dit niet ook voor het mallotige onderscheid tussen zegenen en inzegenen binnen de Protestantse Kerk in Nederland? Zonder een vleugje Nashville kom je daar niet. Hoe komt het dat we wel handel willen drijven of vakantievieren in landen waar homoseksualiteit niet alleen theologisch afgewezen wordt, maar ook strafrechtelijk verboden? Ik lees zomaar over 75 landen waar dit een probleem is. Dat is voorzichtig gezegd: lijf- en doodstraffen zijn niet van de lucht.


Voordat ik zelf een tegenverklaring opstel of mee onderteken, voordat ik de vlag uit hang voor mijn eigen gelijk heb ik zelf nog veel werk te doen. Ik kan alleen hopen dat uit mijn leven van alle dag blijkt dat ik het niet eens ben met Nashville, maar ik heb er geen behoefte aan om dat van de daken te roepen.


Tjaard Barnard

 

 

 

 

 


Een prachtige preek, maar toch iets gemist...

De hele wereld heeft zaterdag gekeken. Het huwelijk van Harry en Meghan. Een prachtig sprookje. Vanuit gelovig perspectief: een geweldig moment om de hele wereld die misschien al heel lang afscheid heeft genomen van het geloof en zeker de kerk  nog eens te laten zien waar het in het christendom ook al weer om gaat.

Bisschop Michael Curry heeft de zaak stevig opgeschud. Zijn preek was verfrissend. Zijn stijl, passend bij zijn achtergrond, was nog eens wat anders dan de ingetogen Britse stijl. Prachtige verwijzingen naar het Hooglied, naar Martin Luther King en naar negrospirituals. Zijn preek en zijn stijl swingden de pan uit. De jonge generatie royals leek het prachtig te vinden. De oudere generatie behield hun stiff upperlip.
Een mooie boodschap voor Pinksteren: hoe de liefde alles in vuur en vlam zou kunnen zetten. Berg je, als de ware liefde boven komt drijven.

Wie kan daar wat op tegen hebben? Als je wat rondsurft op het internet is iedereen dolenthousiast. Alleen een enkele, zeer orthodoxe moppert nog wat. Het is allemaal wel heel optimistisch. Waar is de zonde gebleven? En ook nog het oordeel? Kunnen wij mensen dit allemaal wel zelf? Waar is de verlossing, waar is de vergeving?

Zelf zat ik ook wat kritisch te kijken. Ergens vond ik het een gemiste kans. Natuurlijk: niets op de liefde tegen. Ook niets tegen de politieke boodschap van vreugde en vrede die zal aanbreken wanneer de liefde werkelijk een plaats krijgt. (Kinderen zullen geen honger meer hebben.)

Maar kan het niet persoonlijker? In niets klinkt het leven van Harry en Meghan door. Het Evangelie galmt als een klaroenstoot die over hen heen gaat. Maar waar raakt het hun leven? Het gaat hier om een huwelijk van twee jonge mensen, allebei uit gebroken gezinnen, die aan den lijve hebben meegemaakt hoe ingrijpend het is, als de liefde niet blijkt te zijn, wat ervan verwacht werd. Hun huwelijksdag is het sprookje bij uitstek, maar alleen in echte sprookjes leven mensen nog lang en gelukkig. Meghan zelf heeft al een huwelijk achter de rug...

Hoe mooi zou het zijn, om die moeilijkheden te durven benoemen, voor het oog van deze royals die dit, op de Queen na, allemaal zelf meegemaakt hebben. Voor een hele wereld die niet in een sprookjeswereld leeft, maar in een wereld die strijd kent. Waarin liefde en trouw dagelijks bevochten moeten worden.
Wat heeft de kerk daarin te zeggen?

Meer en meer denk ik dat de kern van onze boodschap juist daarin moet klinken. Niet in de grote woorden van liefde en vrede, niet in sprookjes, maar in de strijd tussen ideaal en realiteit, van heel graag willen, maar toch niet bereiken.

Misschien kan het niet anders in Engeland. Maar de uitvaartdienst door collega Welmet Hudig van koningin Juliana liet zien dat het ook persoonlijker kan. Mijn grote held is de Franse priester Guy Gilbert die sprak bij het huwelijk van prins Laurent van België. Zelfs het ingewikkelde huwelijksleven van Albert en Paola kwam nog in beeld. Zo kan het dus ook.

 

Https://youtu.be/6yPd9o84vm4

Voor wie Frans verstaat

 

users.telenet.be/deversmaldevraag/bijbel2_gilbert_preek.htm

Tekst met vertaling

 

 

Tjaard Barnard

20 mei 2018

Op de step

Jeugdsentiment

Afgelopen weekend heb ik voor het eerst in jaren weer eens op een step gereden. Het is een lang verhaal hoe dat zo gekomen is. En het riep weer allerlei jeugdherinneringen boven. In 1972 reed ik voor het eerst op een mooie, blauwe step. Niet zo'n moderne, kleine kinderstep met harde, kleine wieltjes, nee 'echte', met grote luchtbanden. Ik voelde me de koning te rijk. Maar voelde me er ook een beetje mee belazerd. In 1972 ging mijn moeder namelijk fulltime werken. En als vierjarige vond ik het best wel heel ongezellig dat ze er minder vaak was. De step was een goedmakertje. Overigens was het maar goed, dat ze die baan had. Het was de mooiste tijd uit haar leven en de oudtante die toen net 65 was en voor ons gezin kwam zorgen, werd een nieuwe oma. Ook voor haar was het de mooiste periode in haar leven. Kortom: iedereen happy.

Op die step heb ik jarenlang met veel plezier gespeeld. Ik kon niet wachten tot de oudste groot genoeg was voor ook zo'n mooie step. Stad en land afgezocht, speciaal besteld per internet. Maar hij vond het maar een ouderwets ding, waarop je eigenlijk niet gezien kon worden... Maar goed, als ouder met jeugdsentiment kun je niet alles hebben.

 

Terzake

Maar nu terzake. Wat deed ik nu op die step. We zijn met vakantie in Veenhuizen. We hebben een leuke bewaarderswoning gehuurd in het Tweede Gesticht (lees Het Pauperparadijs). Aangezien het mooi weer was en we alleen de grootste heren bij ons hadden, leek het leuk om een paar solexen te huren. Twee jaar geleden waren zij namelijk nogal gefrustreerd toen tijdens een familieweekend alle oude zakken jeugdsentiment gingen ophalen op een solex en zij het moesten doen met een funfiets. Ze waren nog niet oud genoeg voor het felbegeerde roze papiertje. Jan zou een paar dagen later zijn rijbewijs halen. Hij baalde enorm dat het toen niet mocht. Maar ik wilde het risico niet nemen. Natuurlijk: het risico was niet groot. Maar zonder rijbewijs, niet verzekerd...

 

Geen rijbewijs

Zaten we zaterdagmiddag in de auto op weg naar de solexen. Jan reed.  Ik dacht, laat ik eens kijken of ik mijn rijbewijs bij me heb. Blijkt dat [...] ding al twee maanden verlopen te zijn! Balen. Geen solex voor mij. Geen autorijden tot dat het rijbewijs vernieuwd is... U begrijpt: het is dat de lieve bloedjes van kinderen erbij waren, anders was de Eeuwige vast niet onbesproken gebleven! Gelukkig had de solexboer een heel hippe step in de aanbieding. Met elektromotor. Hij ging minstens zo snel als de solexen. Ik stond op mijn step als de King of the Road en waande mij weer in 1972.

 

Leermomentje

Terug naar het roze papiertje. Elk voordeel heb z'n nadeel, zoals de grote filosoof uit 020 al eens gezegd heeft. Van alles wat je in je leven meemaakt, leer je voor het pastoraat. Zoals een goede collega het me vijf jaar geleden al zei, toen ik vertelde dat mijn huwelijk voorbij was en de dame vertrokken :

 

'Nu is het klote', zei ze, 'maar later heb je er wat aan in het pastoraat'.

 

Gelijk had ze! Zo is het ook met dit roze kaartje. Nu ik na meer dan dertig jaar niet gewoon even in de auto kon stappen als ik ergens heen wilde, voelde ik me vreselijk onthand. Hoe moest het dan wel niet voelen, als je na een leven lang autorijden opeens een leeftijd hebt bereikt dat de auto de deur uit moet? Of om bij deze locatie, Veenhuizen, te blijven: als je je rijbewijs tijdelijk kwijt bent als je wat te dorstig of wat te haastig bent geweest?

 

U begrijpt: het was een leerzaam weekendje...

 

 

Tjaard Barnard

mei 2018

 

 

Jezus en de lieve vrede
De PKN Synode over het homohuwelijk

 

Afgelopen vrijdag heeft de Synode van de PKN het niet aangedurfd. Het hete hangijzer lag al sinds 2004 op tafel: wat doen we met het homohuwelijk? Is dat gelijk aan het heterohuwelijk, althans in kerkelijke zin, of is er een wezenlijk verschil tussen beide? In 2004 kwam men tot een compromis. Het huwelijk van man en vrouw werd ingezegend. Voor anderen bleef er slechts een zegen over. In alles, in Kerkorde, in Dienstboek en in ledenadministratie werd het onderscheid duidelijk. Het ene is het ware, het andere is het niet echt. Hoe belangrijk het ook was voor hen die gezegend werden. En ook al merkte je in de praktijk van de kerkelijke handeling weinig van het verschil.
En toch bleef het wringen en was er voor een heel aantal mensen genoeg aanleiding om de zaak nog eens principieel op de agenda te zetten. Zou er nu eindelijk eens helderheid kunnen komen? Helaas. Omwille van de lieve vrede blijft het compromis bestaan. Liever een gesprek van hart tot hart dan een discussie over standpunten. En het besluit werd weer uitgesteld, om niemand de maat te nemen. Althans: vooral om de orthodoxen niet de maat te nemen, want voor homo’s blijft alles zoals het was. Met een tweederangs zegen mogen zij voort. ‘In de Protestantse Kerk gaat het om inclusief kerkzijn, delend aan de ene tafel, die ervan leeft dat God 'beide kinderen ziet, uit liefde.’ zei scriba De Reuver. De lieve vrede heeft weer overwonnen, maar laat daarbij een bepaalde groep achter. Zij moeten het maar dulden, dat ze nog altijd achtergesteld blijven.
De lieve vrede. Als er iets is, wat ik niet lees in het Evangelie is dat het wel. Als het Jezus om de lieve vrede was gegaan, zouden we nooit wat van hem hebben gehoord. Gooide hij omwille van de lieve vrede de tafels om in de tempel? Liet hij de uitleg van de farizeeërs en wetsgeleerden in hun waarde, omdat hij geen scheuring wilde maken? Was alles goed zijn ogen? Kon de overspelige vrouw gewoonweg gestenigd worden omdat hij de orthodoxen niet uit de kerk wilde jagen?
Jezus stond ergens voor. Hij koos onvoorwaardelijk. Je was voor hem of tegen hem. Niet slap er tussenin. Of zoals het aan de christenen in Laodicea wordt gezegd: ‘Jullie zijn niet tegen mij, maar ook niet voor mij. Waren jullie maar voor mij of tegen mij! Omdat jullie geen van beide zijn, wil ik niets met jullie te maken hebben.’ (Openbaring 3: 15-16).
De Remonstrantse Broederschap koos er in 1986 onvoorwaardelijk voor om alle levensverbintenissen van twee mensen te zegenen, het heterohuwelijk daaronder inbegrepen. We kunnen begrijpen dat mensen dat misschien niet willen, omdat zij op een bepaalde manier de bijbel willen lezen. Onze keus is het niet. Maar wees dan tenminste helder. Laat mensen niet in de kou staan omwille van de vrede. Kies! Want dat is wat Jezus ten diepste van ons vraagt.
Tjaard Barnard,
20 november 2017